• Kunststuk

    Karel

    Met Karel leek het best goed te gaan in de tijd na het overlijden van mijn moeder in oktober 2006. Hij kwam weer toe aan de plannen die hij in de koelkast had gezet omdat hij zo lang voor haar gezorgd had tijdens haar ziekteperiode. Maar hij was ook veel alleen en eenzaam, al had hij daar geen problemen mee, zoals hij zelf vaker zei. Hij werd wat vergeetachtiger en verstrooider, maar geen reden tot zorg. Die was er wel toen hij tijdens een telefoongesprek met mijn broer wartaal uitsloeg. We zijn gelijk met hem naar het ziekenhuis in Roermond gegaan waar wat simpele tests werden afgenomen. Een duidelijke diagnose kon niet gesteld worden, maar zijn verwardheid bleef en de angst om wat hij niet begreep werd zichtbaar.

    Karel is al met al een hele tijd in het ziekenhuis geweest, met de nodige onderzoeken die niet veel opleverden. Met een afwisseling van grote ontspannenheid van Karel die vrolijk aan iedereen zijn ter plekke verzonnen verleden en recente gebeurtenissen vertelde en een grote treurige, angstige eenzaamheid die zich steeds meer op de voorgrond drong. Ondanks dat zijn toestand niet echt in het plaatje paste is er dementie als diagnose gesteld. Na een paar weken ziekenhuis namen we hem in de weekenden mee naar zijn eigen huis. Dat was ook weer wennen voor hem, maar niet zo erg als daarna weer terug naar het ziekenhuis. Toen het erop neer ging komen dat Karel naar een verzorgingstehuis zou moeten hebben we intuïtief besloten hem na de Kerst niet meer terug te brengen naar het ziekenhuis. We konden natuurlijk niet de hele tijd bij hem zijn – de weekenden hadden de afgelopen tijd al een redelijk zware wissel op onze eigen gezinslevens getrokken – en zochten naar een goede oplossing. Via een een broer van Karel zijn we vrij snel bij Herberg Panta Rhei terechtgekomen, waar Marion en haar medewerkers Karel liefdevol opvingen en hij in korte tijd weer wat rust vond. En wij ook.

    Karel
  • Vervolg

    Karel

    Karel werd gestimuleerd om naar zichzelf te kijken en dat ging hem in het begin niet heel goed af, gewend als hij was altijd met anderen bezig te zijn. Ook in deze tijd hebben we Karel in de weekenden meegenomen naar zijn huis in Neer. Zijn vele broers en zussen zorgden, in afwisseling met ons, ervoor dat hij heen en weer kwam en bleven een heel weekend bij hem. Karel vond het én hartverwarmend dat iedereen er zo voor hem was, maar snapte tegelijkertijd niet waarvoor dat nu allemaal nodig was. Je zag hem soms zijn best doen om ook eens even alleen te zijn. Na een aantal maanden werd door Marion het idee geopperd Karel niet meer in de Herberg maar thuis te begeleiden. Hij stond alweer iets steviger in zijn schoenen, was wat meer tot rust gekomen en verlangde er zelf heel erg naar gewoon thuis te zijn. Elke doordeweekse dag kwamen de medewerkers van de Herberg om tijd met hem door te brengen, te wandelen, samen eten te koken. Daarnaast hielden de overburen een oogje in het zeil en kwamen regelmatig bij hem op de koffie. Het werkte gelijk erg goed. Karel werd weer meer zichzelf en accepteerde langzaamaan dat het niet heel erg was om niet precies te weten wat hij de vorige dag gedaan had of wie er op bezoek was geweest. Ook het besef dat zijn vrouw een jaar geleden echt overleden was en niet elk moment weer thuis kon komen drong langzaam en ook heel pijnlijk door.

    In de loop van de daarop volgende jaren is de begeleiding vanuit de Herberg beetje bij beetje afgebouwd, tot men nog drie dagen in de week enkele uren kwam. Wij probeerden er zoveel mogelijk in de weekenden te zijn. Ik merkte dat ik me al een hele tijd geen zorgen meer om Karel maakte, het ging echt steeds beter met hem. Hij was wel veel alleen, maar alle suggesties om daar verandering in aan te brengen werden meestal lachend van de hand gewezen. Hij vond het ook fijn om alleen te zijn en dat was deels ook zo. We vonden het het beste om Karel vooral in zijn eigen waarde te laten en zijn eigen weg te laten gaan. We wilden ons niet onnodig bemoeien met zaken die hij op zijn manier en in zijn eigen tempo ook wel kon oplossen of aanpakken. In de praktijk heeft hij echter heel veel zacht sturende begeleiding vanuit de Herberg gehad. Voor hem zelf hoefden de meeste dingen niet echt meer, het gras mocht blijven groeien en de stofzuiger mocht best in de kast blijven. Wandelen, buiten zijn, was zijn grote uitlaatklep. Naar de Maas, elke dag liefst een paar keer. Daar staat hij in mijn beleving nog steeds op de hoge oever, uit te kijken over de bocht in de rivier en de traag voorbij varende schepen.

    Karel overleed begin 2014 aan een hartstilstand. Op dat moment was hij weer bijna helemaal terug bij zichzelf. Hij had er jaren over gedaan om de angst voor het ‘niet weten’ te overwinnen, hij had zijn situatie zoals die was aanvaard en was weer een behoorlijk gelukkig mens. Wij zijn altijd blij geweest met de beslissing hem niet naar een verzorgingstehuis te laten gaan. We hebben gezien dat met veel geduld en aandacht voor de innerlijke mens en met zachte sturing in de dagelijkse praktische dingen iemand de omgeving en de gelegenheid kan worden geboden zichzelf te blijven ontwikkelen, zichzelf weer te worden en tevreden te zijn met wat er is. Dat is een heel groot goed en dat moet gekoesterd en ondersteund worden.

    Stan Roncken - Utrecht januari 2016

    Karel
Annie en Kees

Annie en Kees

Lees hier de ervaringen van Annie en Kees

Stan, Marcel en Karel

Stan, Marcel en Karel

Lees hier de ervaringen van Stan, Marcel en Karel

Mireille en Jan

Mireille en Jan

Lees hier de ervaringen van Mireille en Jan

Ingrid en Jack

Ingrid en Jack

Lees hier de ervaringen van Ingrid en Jack

Beer en Moniek

Beer en Moniek

Lees hier de ervaringen van Beer en Monique

  • Contact

    Heb je een vraag?

    Ik beantwoord je vragen graag! Je kunt contact met mij opnemen via het contactformulier of info@gezondheidsontwikkeling.nl.

    Stel je vraag